Bang voor water

Wanneer ik de ouders van Stefan ontvang in mijn praktijk geven zij aan dat Stefan maar lastig in slaap valt ’s avonds. Stefan wordt iedere avond met hetzelfde ritueel naar bed gebracht en na het boekje lezen samen, leest hij doorgaans zelf nog wat. Tot dan is er niets aan de hand, maar wanneer hij zijn boek weglegt om te gaan slapen, wordt hij iedere avond opnieuw bang. Stefan is vooral bang voor water, dat het huis overspoelt wordt als iedereen slaapt en het hele gezin verdrinkt. Logisch dat een kind dan niet kan slapen. Stefan komt geregeld drie tot vier keer per avond nog naar beneden. Vaak slaapt hij hierdoor niet eerder dan half 11 wat de ouders van Stefan (terecht) vrij laat vinden voor een kind van 10 dat de volgende dag weer naar school moet.

De ouders van Stefan reageren doorgaans ontspannen wanneer Stefan naar beneden komt. Ze proberen hem gerust te stellen, worden niet boos, maar gebieden hem rustig om zijn bed weer op te zoeken en het toch te proberen. Wel vraagt Stefan vaak of ze niet meer willen afwassen of douchen, want anders zouden ze wellicht kunnen vergeten de kraan dicht te doen. Meestal laten de ouders dan zien dat alle kranen dicht zijn en de deuren en ramen geen regen doorlaten. Uiteindelijk slaapt Stefan altijd wel in en dan slaapt hij ook zonder problemen door tot de volgende morgen.

Anders dan de slaapproblemen noemen de ouders geen andere problemen. Stefan gaat bovengemiddeld goed op school, vindt het ook leuk om te werken aan school en al is hij een wat stille jongen toch heeft hij voldoende vriendjes op school waar hij het mee kan vinden. Stefan heeft twee oudere zussen van 12 en 14 jaar waarmee het contact ook goed is.

Wanneer ik Stefan een week later ontvang in mijn praktijk zie ik een rustige jongen met een heldere geïnteresseerde blik in zijn ogen. Hij oogt verlegen, maar nieuwsgierig. Wanneer Stefan even heeft rond kunnen kijken vertrekt zijn moeder en raken we met elkaar aan de praat. Ondertussen pakt Stefan een spel uit de kast.

Stefan vraagt al vrij snel aan mij of het klopt dat ik kinderen kan helpen met problemen oplossen. (Opmerkelijk elke keer weer hoe kinderen vaak direct to the point willen komen en echt een oplossing willen voor waar ze mee zitten.) Ik antwoord dat ik daar inderdaad wel het een en ander van weet en het leuk vind om mee te denken als hij ook eens een probleem heeft.

Nou dat heeft hij wel, antwoordt Stefan. “Ach,” zeg ik, “vertel eens dan?” En zo vertelt Stefan dat hij altijd bang is als hij gaat slapen. Hij vertelt een vergelijkbaar verhaal als zijn ouders mij eerder vertelden. Waarom hij zo bang is geworden voor water weet hij niet. Er is nooit iets naars gebeurd met water. Hij heeft ook nooit iets naars gezien op t.v.. Hij is niet bang om onder de douche te gaan of om te zwemmen. De oorzaak voor zijn angst is niet aan te wijzen.

Ik stel voor om het probleem van het niet kunnen slapen eens nader te onderzoeken. Ik vraag Stefan naar zijn ritueel als hij gaat slapen. Ik maak daarvoor zelfs een bed van wat dekens op de grond. Hij gaat direct liggen en krult op zijn zij, waarmee hij overduidelijk vertrouwen toont in deze aanpak van slaaponderzoek.

Mijn gevoel zegt me dat hij nog niet helemaal de situatie nabootst zoals thuis. Ik vraag hem of het nu precies is zoals wanneer hij thuis zijn boek weglegt. “Nee,” zegt hij en hij gaat op zijn rug liggen met zijn ogen open. Ik controleer of het nu precies is zoals thuis. “Ja, zo wel.”, zegt Stefan en ik laat hem even zo liggen. Op zijn rug, met zijn ogen open.

Dan vraag ik hem geïnteresseerd of hij thuis ook met zijn ogen open ligt. “Ja,” zegt hij, “eigenlijk wel.”

“O,” merk ik op, “dat is waarschijnlijk dan extra lastig om in slaap te vallen. Zo met je ogen open.”

Met een glimlach kijkt Stefan me aan. “Ja, dat is wel zo eigenlijk.”

“Maar goed, je zult er vast een reden voor hebben dat je zo ligt,” vervolg ik, “en wat gebeurt er normaal gesproken dan, als je zo bent gaan liggen?”

“Dan kijk ik naar mijn wastafel. En dan ga ik me zorgen maken. Dan word ik bang.”

“Oh…en is dat precies nadat je naar je wastafel keek, of maak je je al eerder zorgen voordat je daarnaar keek?”

“Dat is altijd precies op het moment dat ik naar de wastafel kijk. Dan ben ik namelijk bang dat er water uitspuit. En dan denk ik aan waar het beneden allemaal uit kan spuiten en wat er dan kan gebeuren ’s nachts.”

Wat ik nu weet is dat Stefan met ogen open gaat liggen en daardoor dingen om zich heen ziet die hem bang maken. Daardoor komen er allemaal angstgedachten, gevolgd door hele scenario’s die het nog erger maken.

Ik vraag Stefan dan of hij die wastafel ook zou zien als hij met zijn hoofd aan de andere kant van het bed zou gaan liggen. Waarop hij verrast zijn hoofd optilt en me met glinsterende ogen aankijk: “Nee! Dan zie ik hem niet!” Hij lijkt nu al opgelucht. Die sessie vertrekt hij met het voornemen zijn bed om te draaien. Zijn moeder kijkt me aan met een vrolijke blik alsof ze wil zeggen: “Zou het echt zo simpel zijn?” Wanneer ze zijn vertrokken denk ik, nee, zo simpel is het niet. Iets aan Stefan maakt dat hij niet direct zijn ogen sluit wanneer hij moet gaan slapen. Het gevolg daarvan is dat hij gaat rondkijken en gaat piekeren.

Vaak is angst niet de oorzaak van onze problemen, maar een oplossing. Dat klinkt gek, maar heel angstig zijn over spinnen geeft je een reden om voortdurend bezig te zijn met het ontlopen van spinnen, webben etc. Waardoor je niet hoeft te kijken naar dat wat je werkelijk raakt, dieper in jezelf. Zo lang we iets hebben om over in paniek te schieten, leidt het ons zonder dat we weten dat we dit doen, heel goed af van dat wat werkelijk aandacht vraagt. Ik vermoed dat het bij Stefan ook zo is.

Als Stefan voor de tweede sessie komt blijkt dat het slapen al veel beter is gegaan. Hij is nauwelijks meer naar beneden gekomen. Wel piekert hij nog als hij moet gaan slapen. Ik vraag hem hoe hij zich voelt als hij bezig is met naar bed gaan. Hij vertelt dat hij tijdens het tandenpoetsen en kletsen met mama zich blij voelt, maar zodra hij in bed ligt voelt hij dat hij onrustig is. Hij voelt dat in zijn hoofd, alsof het nog heel druk is daar. Als ik hem vraag waar zijn hoofd nog zo druk over doet, dan antwoordt hij dat altijd over school gaat.

Van zijn ouders weet ik dat Stefan het heel belangrijk vindt om te presteren. Hij leert heel ijverig voor toetsen, en vindt het heel vervelend als hij minder dan een 9 of 10 haalt. Zijn cijfers zijn altijd goed, dus reden tot zorg is er gewoonweg niet. Zijn ouders proberen hem dan ook vaak wat minder te laten werken en ook te laten ervaren dat fouten of een lager cijfer geen ramp is. Voor Stefan is dat merkbaar lastig. Ook aan mij vertelt hij dat hij het verschrikkelijk vindt om een laag cijfer te halen. Hij weet dat juf tevreden is, en zijn ouders ook. Maar hij wil zelf gewoon geen lage cijfers. Als hij leert dan heeft hij de avond voor de toets vaak veel zorg om de toets van de volgende dag.

Gaandeweg het gesprek ontdekken Stefan en ik samen dat dit het is wat hem zo onrustig maakt. Stefan heeft veel stress over goede cijfers halen. Zijn hoofd en lichaam zijn nog helemaal actief en gespannen wanneer hij moet gaan slapen. Stefan heeft nog niet geleerd hoe hij zich kan ontspannen en hoe hij zijn schoolwerk wat los kan laten.

Na deze sessie volgt nog een sessie waarin ik Stefan meer bewust maak van zijn prestatiedrang en welk effect dit heeft op het slapen. Hij begint in te zien dat hij zelf zijn hoofd op hol doet slaan en bang voor water is, om niet te hoeven voelen dat hij zich zorgen maakt over school. Door dit te begrijpen kan Stefan zichzelf beter helpen om rustig te worden, hij richt zich meer op vertrouwen in dat hij nu eenmaal goed kan leren en hij kan er bewust voor te kiezen om bij goede cijfers ook eens wat minder hard te werken.

In het eindgesprek met de ouders geef ik ontspanningsoefeningen mee om met Stefan te doen voordat hij gaat slapen. Ook adviseer ik hen alle gesprekken over school alleen beneden te voeren. Zo kan Stefan leren dat zijn kamer echt voor het spelen en slapen is (ontspanning dus) en dat hij beneden kan werken aan school. Bovendien geef ik wat tips mee voor de begeleiding van Stefan bij zijn schoolwerk, zowel voor de ouders als voor de leerkracht.

Dieper liggende zorg over niet presteren bleek hier een trigger voor angst. Vertrouwen in eigen kunnen en leren te ontspannen, bleek de weg naar meer geluk voor Stefan.

 

 

Share: